voor de puppyklas

De eerste
weken tellen.

Een pup mag pas vanaf 12 weken bij ons in de klas — en dat is geen willekeurige grens. De weken daarvoor leert hij dingen die we later niet meer kunnen aanleren. Een korte gids voor wie wacht, of net begint.

week 0 — 8 · bij de fokker

Wat een goed nest doet.

Sommige dingen kan jij thuis niet doen — die horen bij de fokker. Als je een pup nog moet uitkiezen, dít is waar je op let:

Week 0 — 3

Nestbescherming

Pup leert vooral via geur en aanraking. Bij een goede fokker liggen alle pups samen met de moeder, wordt er weinig verstoord, en horen ze al heel zacht de geluiden van een huishouden — radio op de achtergrond, een stofzuiger in de verte.

Week 3 — 5

Eerste prikkels

Ogen en oren openen. De pup ontdekt textuur (gras, tegels, deken), licht, en speelt voor het eerst met nestgenoten. Bijten en gebeten worden hoort erbij — daar leert hij bijtinhibitie. Een fokker die vroeg al weghaalt, ontneemt dat.

Week 5 — 8

Sociale taal

Spelen, vechten, weer goedmaken. Pups leren in deze weken dat een grom niet "gevaar" hoeft te betekenen, dat een ander z'n grenzen telt, en dat troost ook bestaat. Dit krijg je later niet meer hersteld als deze fase ontbreekt.

Een pup die vóór 8 weken bij de moeder weggaat, mist deze sociale school. Daar valt iets aan te werken, maar makkelijk wordt het nooit. Daarom: vraag een fokker die nét iets te lang wacht — niet één die snel wegdoet.

week 9 — 16 · bij jou thuis

Het venster staat open.

Vanaf 9 weken kan je pup nieuwe dingen heel snel als "normaal" opslaan. Wat hij in deze weken rustig leert kennen, blijft een leven lang vertrouwd. Vanaf 16 weken sluit dat venster geleidelijk — wat dan nog onbekend is, vraagt later véél meer geduld.

Geen lijst om af te vinken. Wel zes dingen die de moeite zijn:

01

Laat zien, druk niet door

Een pup mag dingen ontdekken op zijn eigen tempo. Als hij aarzelt: blijf rustig naast hem zitten, geef tijd. Optillen en "tonen" werkt averechts — hij voelt jouw spanning, niet de geruststelling.

02

Verschillende mensen

Mannen met baarden, kinderen op fietsjes, mensen met paraplu's, mensen in rolstoel. Niet allemaal op één dag — een per dag is genoeg. Laat ze rustig binnenkomen, zonder dat ze zich op de pup storten. Wie geen tijd heeft, mag weer weg.

03

Verschillende ondergronden

Tegels, hout, metalen put-deksel, grind, nat gras, een trapje. Een pup die nu over alles loopt, twijfelt later niet meer. Beloon nieuwsgierigheid — straf nooit aarzeling.

04

Geluiden zonder volume

Stofzuiger op afstand, deurbel, blaffende hond op straat. Begin zacht, kijk hoe hij reageert. Reageert hij rustig? Dan mag het volume omhoog. Reageert hij geschrokken? Eerst weer terug naar veilig.

05

Korte autoritjes

Tien minuten, niet meteen naar de dierenarts. Naar een veld, een rustig park. Auto = leuk. Anders associeert hij elke autorit met een prik, en dat blijft jaren plakken.

06

Andere honden — kies zorgvuldig

Niet elke hond is een goede leerschool. Kies een rustige volwassen hond die jouw pup kent uit de buurt — niet zomaar de eerste die je tegenkomt op straat. Slechte ervaringen nu, blijven jaren plakken.

Eén grondregel

Veel kleine, positieve momenten — verspreid over weken. Niet één lange uitstap, niet alles op één dag.

Een overprikkelde pup leert niets. Een pup die elke dag iets vertrouwds erbij krijgt, leert alles.

wanneer is hij klaar voor de klas?

Vanaf 12 weken — én de eerste prikken.

  • De eerste vaccinaties zijn gezet (jouw dierenarts kan dit bevestigen).
  • De pup is minstens een week thuis — hij moet eerst jouw huis kennen voor we hem in een nieuwe omgeving zetten.
  • Hij is niet ouder dan 6 maanden bij start van de reeks.

klaar?

Bekijk de volgende reeksen.

Acht weken in dezelfde klas, met meerdere lesgevers die elkaar afwisselen — vanaf het moment dat jouw pup eraan toe is.

Naar puppyreeksen